Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen 

Hoe deel je beginnende en ervaren medewerkers in een functiegroep in?

Als een slager een sollicitant zonder enige ervaring in dienst neemt, bijvoorbeeld als verkoopmedewerkster, dan wordt deze medewerkster in de praktijk gezien als een beginnende verkoopmedewerkster. Een beginnende verkoopmedewerkster wordt nu ingedeeld in functiegroep/loongroep A0 en groeit na een jaar dienstverband automatisch door van A0 naar functiegroep/loongroep A1. De betreffende medewerkster wordt op dat moment gezien als een aankomend verkoopmedewerkster. Na vervolgens weer een jaar dienstverband vindt automatische doorgroei plaats van A1 naar functiegroep/loongroep A2. Er zijn dan inmiddels twee dienstjaren voorbij en er wordt verondersteld dat de medewerkster geheel zelfstandig als verkoopmedewerkster kan functioneren. Natuurlijk zullen sommigen eerder zelfstandig werken en anderen mogelijk wat later.

Het jaarlijks automatisch doorgroeien van A0 naar A1 en vervolgens naar A2 is door de invoering van ORBA per 1 juli 2018 afgeschaft. Hoe gaat de doorgroei vanaf 1 juli 2018 in zijn werk?

Bij het bepalen van de bedrijfsfuncties in jouw bedrijf en het indelen van die functies in een functiegroep kun je gebruikmaken van de referentiefunctiesop deze site. Het is belangrijk te weten dat de referentiefuncties gezien moeten worden als geheel zelfstandig uit te oefenen functies (dus zonder begeleiding). Dat betekent dat een nieuw in dienst genomen verkoopmedewerkster zonder enige ervaring (bijv. een student als zaterdaghulp) gedurende een bepaalde periode moet worden beschouwd als een beginnend Verkoopmedewerker I (= functiegroep 2). Deze medewerkster mag je in een lagere functiegroep indelen dan de zelfstandig Verkoopmedewerker I (= functiegroep 3). Uiteindelijk kan deze medewerkster doorgroeien naar de functie van zelfstandig Verkoopmedewerkster II (= functiegroep 4). Op een bepaald moment, bijvoorbeeld tijdens een persoonlijk overleg met je medewerkers of zo nodig eerder, moet je als werkgever wel beoordelen of de betreffende medewerkster op grond van de aanwezige kennis, vaardigheden of ervaring in een hogere functiegroep en daarmee een hogere salarisschaal moet worden ingedeeld. Leg de functie en eventuele wijzigingen schriftelijk vast in het ORBA-indelingsformulier, zoals opgenomen in bijlage B van het functiehandboek.

Voorbeeld

Je hebt in jouw bedrijf een aantal net in dienst zijnde verkoopmedewerksters en een aantal ervaren verkoopmedewerksters. Je maakt voor het vaststellen van de bedrijfsfuncties in eerste instantie gebruik van de referentiefunctie Verkoopmedewerker II. De vervolgvraag is of alle verkoopmedewerkers die op 1 juli 2018 bij jou in dienst zijn, ingedeeld moeten worden als Verkoopmedewerker II in functiegroep 4 en daarmee salarisschaal 4. Het antwoord is nee. Waarom niet?

Zoals hiervoor vermeld heb je een aantal kort in dienst zijnde medewerksters die de bedrijfsfunctie van Verkoopmedewerker II op 1 juli 2018 nog niet geheel zelfstandig uitvoeren. Ze hebben immers nog te weinig kennis, vaardigheden of ervaring opgedaan in het vak. Je moet in dit geval beoordelen of deze medewerksters in een lagere functiegroep dan functiegroep 4 thuishoren. Dat is het geval en mag je de medewerksters de functienaam beginnend Verkoopmedewerker I (functiegroep 2) of zelfstandig Verkoopmedewerker I (functiegroep 3) geven. Als deze medewerksters op een gegeven moment zelfstandig verkoopmedewerker II zijn, moeten zij als Verkoopmedewerkster II worden ingedeeld in functiegroep 4.

Attentie: Op basis van de functiegroep stel je voor iedere medewerker op 1 juli 2018 een nieuw salaris vast. Voorwaarde is dat de medewerker er financieel niet op achteruit mag gaan. Mogelijk kan het salaris stijgen.

Hoe kan ik gemakkelijk zien welke salarisschaal er bij een functiegroep hoort?

Ga hiervoor naar de rubriek Functieniveaus bovenaan de webpagina. Maak een keuze uit de rubrieken Ambachtelijk, Industrieel en Overig: Overzicht van functieniveaus - Referentiefuncties Slagers 

Het nummer van de functiegroep (lila blokje) is gelijk aan het nummer van de salarisschaal. Bijvoorbeeld Functiegroep 4 is dus salarisschaal 4 en Functiegroep 6 is dus salarisschaal 6. 

Hoe kan ik de verschillen zien tussen twee referentiefuncties?

Als je een referentiefunctie opent zie je bij bijna iedere referentiefunctie de woorden “Niveau-onderscheidende kenmerken” staan. Als je hierop klikt zie je in een overzicht de belangrijkste verschillen qua taken tussen twee nagenoeg dezelfde referentiefuncties staan (bijv. tussen Verkoopmedewerk I en II).